Monitoren voorkomt zichtbare schade
Een mot in een textielkast, een zilvervisje in een depot of een kruipend insect langs een wand wijst vaak op een groter probleem. In erfgoedomgevingen draait plaagdierbeheersing daarom vooral om vroeg signaleren.
Een val werkt alleen als meetinstrument
De waarde van een insectenval zit niet alleen in de kleeflaag of het lokmiddel. Je moet ook weten welk dier je volgt, waar je de val plaatst en in welke ruimte je meet. De G-Trap laat dat goed zien: deze val is bedoeld voor kruipende insecten en werkt het best langs muren of in hoeken. Zo gebruik je de val als onderdeel van geïntegreerde plaagdierbeheersing, niet als losse oplossing.
Vier vallen voor vier risicogroepen
Labshop bundelt vier monitoringoplossingen voor professionele opslag- en presentatieomgevingen.
De G-Trap is voor kruipende insecten.
De L-Trap richt zich op vliegende kevers, waaronder gewone houtwormkever, museumkever, tapijtkevers, tabakskever, rijstkever en broodkever.
De M-Trap gebruikt feromoon om kleermotten en pelsmotten te volgen. Labshop positioneert deze val voor opgeslagen natuurlijke, synthetische en gemengde stoffen in musea.
De S-Trap richt zich op zilvervisjes en ovenvisjes, maar werkt ook tegen stofluizen en larven van tapijtkevers en pelskevers.
Waarom deze set past bij erfgoedbeheer
De vier vallen geven samen een beeld van risico’s in vloeren en plinten, textielopslag, droge organische materialen en vochtige ruimtes. De S-Trap heeft daarbij een transparant, luchtdicht ontwerp met niet-lekkende vloeibare lijm en een tabletvormig lokmiddel, waardoor hij geschikt is voor continu gebruik in vochtige en stoffige omstandigheden. Dat maakt deze categorie bruikbaar voor musea, bibliotheken en depots.
Werk consequent en vergelijk de uitkomsten
Voor een bruikbaar resultaat telt consistentie. Kies dezelfde vallen voor dezelfde zones, noteer de locatie en controleer op vaste momenten. Vergelijk de uitkomsten over tijd, zodat je patronen sneller herkent en schade aan collecties of opgeslagen materialen kunt beperken. Wilt u een praktische basis voor monitoring opzetten, begin dan per ruimte met de juiste val en bouw van daaruit verder.


