Copaiva balsem is een natuurlijke harsbalsem afkomstig van de Zuid-Amerikaanse boom Copaifera (o.a. Copaifera langsdorffii). De balsem wordt verkregen door inkepingen of boorgaten in de stam, waarna de vloeibare hars via kanalen uit de boom stroomt en wordt opgevangen. Het is een hoogviskeus, aromatisch materiaal met een karakteristieke fruitige geur en een zeer hoog gehalte aan etherische oliën.
De samenstelling bestaat voor een groot deel (ca. 40–80%) uit etherische oliefracties, waaronder sesquiterpenen zoals caryofylleen, aangevuld met harszuren en opgeloste harsbestanddelen. Door dit hoge oliegehalte is de balsem aanvankelijk vloeibaar, maar hij kan bij veroudering en verdamping van de vluchtige bestanddelen aanzienlijk indikken en verder verharzen.
In de historische schilder- en restauratietechniek werd copaiva balsem toegepast als additief in verf- en vernismedia. In 18e- en 19e-eeuwse bronnen wordt het onder meer genoemd als middel om koperhoudende pigmenten (zoals verdigris) te beschermen tegen verkleuring, of als component in mengsels voor asfaltachtige lakken. Restauratoren, onder wie Doerner, beschreven bovendien toepassingen in speciale behandelingen van uitgedroogde en broze verffilms, waarbij het de optische eigenschappen kon beïnvloeden en de glans en verzadiging van oude verflagen kon versterken.
Tegelijkertijd is copaiva balsem een omstreden materiaal binnen de schildertechniek. Door het hoge gehalte aan oliën en harsen blijft een aangebrachte film vaak langdurig kleverig en gevoelig voor stofaanhechting. Daarnaast kan het op minder absorberende ondergronden leiden tot vergeling, instabiliteit en verweekte verflagen, vooral bij onzorgvuldig of overvloedig gebruik.
Om die reden wordt copaiva balsem tegenwoordig slechts beperkt toegepast, voornamelijk in experimentele of historisch geïnspireerde schilder- en restauratietechnieken, waar controle over ondergrond en mengverhouding essentieel is.





